Welke gegevens komen er in het productpaspoort van producten?
Een vaste basis, met per productgroep aanvullingen
Welke gegevens er in het productpaspoort komen, hangt af van de productgroep, maar de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt wel een gemeenschappelijke basis vast. Artikel 10 beschrijft de algemene eisen waaraan een digitaal productpaspoort moet voldoen: het paspoort moet gekoppeld zijn aan een uniek productidentificatienummer, het moet gegevens over de fabrikant of importeur bevatten, en het moet zo zijn ingericht dat de juiste informatie voor de juiste partij toegankelijk is — een consument ziet iets anders dan een recycler of een toezichthouder. Welke inhoudelijke gegevens daar precies bovenop komen — over duurzaamheid, herstelbaarheid, materiaalgebruik, aanwezige stoffen, energieverbruik of milieu-impact — wordt per productgroep vastgelegd via de ecologisch-ontwerpvereisten, prestatie-eisen en informatievereisten uit de artikelen 5 tot en met 7. Met andere woorden: de vorm van het paspoort ligt vast in de ESPR zelf, de inhoud wordt product voor product ingevuld.
Voor wie dit geldt, en voor wie nog niet
Deze opzet geldt voor productgroepen waarvoor de Europese Commissie een uitvoeringsmaatregel heeft vastgesteld op basis van de artikelen 5 tot en met 7. Zolang die maatregel er voor een bepaalde productgroep niet is, bestaat er ook geen verplichte lijst met gegevens voor die producten, en dus ook geen verplichting om een paspoort te voeren. Dit betekent dat een fabrikant met producten in meerdere productgroepen te maken kan krijgen met verschillende tijdlijnen en verschillende gegevenssets: de ene productgroep kan al onder een uitvoeringsmaatregel vallen, terwijl een andere productgroep nog wacht op de invulling van artikel 5 tot en met 7. De algemene structuur uit artikel 10 — uniek identificatienummer, toegankelijkheidsniveaus, koppeling aan de QR-drager — geldt straks voor alle productgroepen die onder de ESPR vallen, maar de concrete inhoud van het paspoort is dus nooit universeel voor "een product", alleen voor een specifieke productgroep.
Wat er per productgroep nog moet worden vastgesteld
Een vaste datum waarop voor alle productgroepen duidelijk is welke gegevens exact in het paspoort moeten staan, is er niet — dat ligt aan het tempo waarin de Commissie per productgroep uitvoeringsmaatregelen vaststelt op basis van de artikelen 5 tot en met 7. Wat wel vaststaat, is het kader waarbinnen dat gebeurt: de ESPR zelf legt de algemene structuur en de categorieën informatie-eisen vast (artikel 10), en per productgroep wordt vervolgens bepaald welke van die categorieën van toepassing zijn en met welke gegevens ze worden ingevuld. Tot een uitvoeringsmaatregel voor een productgroep is vastgesteld, is er voor die producten geen concrete gegevenslijst om aan te werken. Fabrikanten en importeurs kunnen dus wel nu al zien hóe het paspoort wordt ingericht, maar de exacte gegevensset per product komt pas beschikbaar zodra de bijbehorende maatregel er is.
Hoe dit in de praktijk voor u uitpakt
De eerste stap is nagaan of een productgroep waarin producten worden verkocht al onder een uitvoeringsmaatregel op basis van de artikelen 5 tot en met 7 valt, of dat die nog in voorbereiding is. Is dat het geval, dan volgt uit die maatregel welke gegevens verplicht in het paspoort moeten staan — denk aan gegevens over samenstelling, herkomst, herstelbaarheid, aanwezige stoffen en prestaties, aangevuld met de basisgegevens die artikel 10 sowieso vereist, zoals het unieke identificatienummer en de gegevens van de fabrikant of importeur. De tweede stap is het verzamelen van die gegevens uit de eigen productie- en inkoopadministratie, vaak verspreid over meerdere afdelingen of leveranciers. De derde stap is het samenstellen van het paspoort zelf, inclusief de juiste toegankelijkheidsstructuur en de koppeling aan een QR-datadrager op het product. Bij prodpas.eu wordt dat laatste onderdeel — het samenstellen op basis van aangeleverde gegevens, het hosten en het leveren van de QR-code — voor meerdere productgroepen tegelijk ondersteund, zodat een fabrikant met producten in verschillende groepen niet voor elke groep apart een nieuwe oplossing hoeft op te zetten.
Waar dat staat: artikel 10 en artikelen 5 tot en met 7
De algemene eisen aan het digitale productpaspoort — de structuur, het unieke identificatienummer, de toegankelijkheid voor verschillende gebruikers — volgen uit artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). De inhoudelijke gegevens die per productgroep in dat paspoort terechtkomen, volgen uit de ecologisch-ontwerpvereisten, prestatie-eisen en informatievereisten van de artikelen 5 tot en met 7 van diezelfde verordening, zoals die per productgroep verder worden uitgewerkt.
Wie nu al wil voorsorteren, kan het beste per productgroep nagaan of er al een uitvoeringsmaatregel is gepubliceerd en welke gegevens daarin worden genoemd, en alvast een overzicht maken van waar die gegevens intern of bij leveranciers vandaan moeten komen — zodat het paspoort snel samengesteld kan worden zodra de verplichting voor die productgroep ingaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De ESPR zelf geeft geen kant-en-klare lijst met precies de gegevensvelden die in elk productpaspoort horen. Artikel 10 van de ESPR beschrijft wél de categorieën informatie die een digitaal productpaspoort kan moeten bevatten, en artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR bepalen dat de concrete inhoud per productgroep wordt vastgelegd. Dat betekent dat de daadwerkelijke gegevensset voor bijvoorbeeld textiel, meubels of elektronica per productgroep verschilt en pas vaststaat op het moment dat een gedelegeerde handeling voor die productgroep is vastgesteld. Wat nu al wel te zeggen is, is welke soorten verplichtingen op een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers afkomen zodra die gedelegeerde handeling er is.
Productidentificatie vastleggen en actueel houden
Een productpaspoort draait om een unieke koppeling tussen een fysiek product (of een productmodel) en een set gegevens. Dat vraagt om een intern proces waarin duidelijk is welke productcode, batch of serienummer bij welke paspoortgegevens hoort. Voor een bedrijf met meerdere productlijnen en eventueel meerdere productiepartijen betekent dit dat de administratie die nu misschien in een ERP-systeem of Excel-bestand staat, gestructureerd genoeg moet zijn om automatisch of semi-automatisch in een paspoort te worden overgenomen.
Materiaal- en samenstellingsgegevens aanleveren
Artikel 7 van de ESPR noemt informatievereisten die kunnen gaan over materiaalsamenstelling, aanwezigheid van stoffen die de recyclebaarheid beïnvloeden, en herkomst van grondstoffen. Voor een fabrikant betekent dit dat de eigen inkoopketen en receptuur- of stuklijstgegevens op orde moeten zijn: niet alleen wat er in het eindproduct zit, maar ook waar dat vandaan komt. Voor een importeur ligt de opgave anders: die gegevens moeten bij de buitenlandse leverancier worden opgevraagd en gecontroleerd, wat afhankelijkheid van die leverancier met zich meebrengt.
Duurzaamheids- en prestatiegegevens opnemen
Artikelen 5 en 6 van de ESPR gaan over ecologisch ontwerp en prestatievereisten, zoals energieverbruik, levensduur, of milieueffecten. Als die vereisten voor een productgroep gelden, komt de onderliggende testdata in het paspoort terecht. Dat is niet alleen een kwestie van gegevens overtypen: de vraag volgens welke methode de waarden voor het paspoort gemeten moeten worden bepaalt of de eigen testresultaten wel geschikt zijn om te gebruiken, of dat er aanvullend getest moet worden.
Reparatie-, onderdelen- en recyclinginformatie toevoegen
Voor een deel van de productgroepen ligt het voor de hand dat er ook praktische informatie in het paspoort komt over onderhoud en einde levensduur. Of en hoe uitgebreid dat moet, en of informatie over reparatie en onderdelen in het productpaspoort moet en welke informatie over recycling in het productpaspoort moet, verschilt weer per productgroep. Voor een bedrijf dat al een reparatiehandleiding of onderdelenlijst bijhoudt, is dat een kwestie van herstructureren; voor een bedrijf dat dat nog niet doet, is dat nieuw werk.
Gegevens beschikbaar houden voor de juiste doelgroep
Niet alle informatie in een paspoort is voor iedereen bedoeld. Een deel is voor de consument, een deel voor marktdeskundigen, en een deel alleen voor toezichthouders. Dat onderscheid is relevant bij het inrichten van het paspoort en komt aan de orde bij de vraag wie welke gegevens uit het productpaspoort mag inzien. Voor een bedrijf dat gevoelig ligt op het delen van receptuur of leveranciersinformatie is dit een van de eerste vragen die beantwoord moet worden voordat het paspoort wordt samengesteld.
Waar het misgaat in de praktijk
Een eerste terugkerende situatie is dat een bedrijf de gegevens die het al heeft (bijvoorbeeld voor een CE-markering of een milieukeurmerk) één-op-één in het paspoort wil zetten, terwijl de gedelegeerde handeling voor die productgroep een net andere indeling of eenheid vraagt. De data bestaat dan wel, maar niet in de vorm die nodig is.
Een tweede situatie is dat de materiaalinformatie afkomstig van een toeleverancier onvolledig of verouderd blijkt te zijn op het moment dat die in het paspoort moet worden opgenomen. Vooral bij importeurs met meerdere schakels in de keten komt dit voor, omdat de vraag om gedetailleerde samenstellingsgegevens niet altijd standaard onderdeel is van de inkooprelatie.
Een derde situatie is dat een bedrijf gegevens als bedrijfsvertrouwelijk beschouwt die eigenlijk voor het publieke deel van het paspoort bedoeld zijn, of omgekeerd: gegevens openbaar deelt die eigenlijk afgeschermd hadden kunnen blijven. Dit speelt bijvoorbeeld bij receptuur of leveranciersnamen, en hangt samen met de vraag of bedrijfsgevoelige gegevens over producten openbaar gemaakt moeten worden.
Een vierde situatie ontstaat wanneer een productwijziging — een andere grondstof, een aangepast onderdeel — niet wordt doorgevoerd in het al gepubliceerde paspoort. Dat raakt aan de vraag hoe vaak de gegevens in het productpaspoort bijgewerkt moeten worden, en aan de vraag wat te doen bij een fout die al in een gepubliceerd paspoort ontdekt wordt.
Een vijfde situatie is dat een bedrijf de gegevens alleen in het Nederlands aanlevert, terwijl het product ook in andere lidstaten wordt verkocht. Dat raakt de vraag of het productpaspoort in meerdere talen aangeboden moet worden, iets wat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien bij de eerste opzet van een paspoort.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per productgroep van welke gedelegeerde handeling van toepassing is en welke gegevenscategorieën die voorschrijft.
- Een intern register waarin productcodes, batches en serienummers gekoppeld worden aan de bijbehorende paspoortgegevens.
- Documentatie van de meetmethode die is gebruikt voor prestatie- en duurzaamheidsgegevens, inclusief de testrapporten waarop die zijn gebaseerd.
- Een leveranciersoverzicht met afspraken over het aanleveren en actualiseren van materiaal- en samenstellingsgegevens.
- Een classificatie van gegevens naar doelgroep (consument, marktdeskundige, toezichthouder), zodat bij publicatie meteen duidelijk is wat openbaar wordt en wat niet.
- Een procedure voor het corrigeren van gegevens na publicatie, inclusief wie daarvoor verantwoordelijk is.
- Een overzicht van de talen waarin het product wordt aangeboden, gekoppeld aan de talen waarin de paspoortgegevens beschikbaar moeten zijn.
Voor bedrijven die deze onderdelen nog niet gestructureerd hebben, bieden onze sjablonen een startpunt om de gegevensverzameling per productgroep op te zetten voordat de eerste gedelegeerde handeling voor die groep van kracht wordt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.