Volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?
De methode staat per productgroep vast, niet in het paspoort zelf
Er is geen universele meetmethode voor het digitale productpaspoort: welke test-, meet- en berekeningsmethode voor een waarde geldt, wordt per productgroep apart vastgelegd. De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft in artikel 39 het uitgangspunt voor: methoden moeten betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn, en rekening houden met de algemeen erkende meest recente stand van de techniek. Hoe dat er voor een specifiek product concreet uitziet — welke norm, welke testopstelling, welke tolerantie — volgt uit de gedelegeerde handeling die voor die productgroep wordt vastgesteld op basis van de vereisten uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR. Voor wasmachines geldt dus een andere methode dan voor meubels of textiel, ook al staat het principe in dezelfde verordening.
Voor wie dit geldt: fabrikanten die waarden aantonen
Dit onderwerp raakt iedereen die een waarde in het paspoort opneemt die op een meting of berekening berust: energieverbruik, recyclaatpercentage, uitstoot, levensduurindicatoren, en dergelijke. Het gaat dus niet over administratieve gegevens zoals een artikelnummer of een fabrikantnaam — daarvoor is geen meetmethode nodig. Het gaat wel over elke technische waarde waarvoor de productgroep-specifieke regels een methode voorschrijven. Belangrijk is ook dat artikel 39 zelf geen methode geeft, maar het kader waarbinnen die methode moet passen. Wie op zoek is naar "de" formule voor bijvoorbeeld CO2-uitstoot per productcategorie, vindt die dus niet in de ESPR, maar in de gedelegeerde handeling voor die specifieke productgroep — zodra die is vastgesteld.
Vaststelling verloopt via de gedelegeerde handelingen per product
Een vaste datum waarop "de" meetmethode gaat gelden, bestaat niet — die datum verschilt per productgroep, omdat elke gedelegeerde handeling zijn eigen inwerkingtredings- en toepassingsdatum heeft. Tot een gedelegeerde handeling voor een productgroep is vastgesteld en van toepassing is, gelden voor die groep de vereisten en methoden die al golden onder eerdere regelgeving (zoals bestaande ecodesignverordeningen), voor zover die van toepassing zijn. Zodra de gedelegeerde handeling voor een productgroep in werking treedt, geldt vanaf dat moment de daarin beschreven methode, inclusief eventuele verwijzingen naar geharmoniseerde normen. Wie wil weten of voor zijn productgroep al een methode is vastgesteld, controleert dit het beste rechtstreeks bij de gepubliceerde gedelegeerde handeling voor die groep, niet bij de ESPR zelf.
Zo pak je de meetmethode aan in de praktijk
De eerste stap is nagaan onder welke productgroep het product valt en of daarvoor al een gedelegeerde handeling is vastgesteld — pas daarin staat welke methode voor welke waarde geldt. De tweede stap is kijken of die handeling verwijst naar een geharmoniseerde norm; als dat zo is en de norm is gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU, geeft toepassing daarvan een vermoeden van overeenstemming met de vereisten. De derde stap is nagaan of er, bij ontbreken van een geharmoniseerde norm, een andere methode is aangewezen, bijvoorbeeld via een technische specificatie. De vierde stap is de meting of berekening laten uitvoeren volgens die methode en de resultaten, inclusief de gebruikte methode en eventuele testomstandigheden, vastleggen — dat vastleggen is nodig om de waarde later te kunnen onderbouwen, ook al staat de onderbouwing zelf niet in het paspoort dat de consument ziet. Voor ProdPas geldt dat de gegevens die worden aangeleverd, worden verwerkt zoals aangeleverd: de fabrikant of importeur blijft verantwoordelijk voor de vraag of de gebruikte methode overeenkomt met wat voor de productgroep is voorgeschreven.
Waar dat staat: artikel 39 en artikelen 5 tot en met 7 ESPR
Het kader voor test-, meet- en berekeningsmethoden staat in artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Dat artikel bepaalt dat methoden betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn en aansluiten bij algemeen erkende meest recente methoden, en het beschrijft de rol van geharmoniseerde normen daarbij. De koppeling naar de inhoud — welke waarden gemeten moeten worden en aan welke prestatie- of informatie-eisen ze moeten voldoen — volgt uit de artikelen 5 tot en met 7 van dezelfde verordening, die de basis vormen voor de productgroep-specifieke gedelegeerde handelingen waarin de methode uiteindelijk concreet wordt gemaakt.
Wat nu te doen
Ga na onder welke productgroep het product valt en zoek de bijbehorende gedelegeerde handeling op om te zien welke methode daar is voorgeschreven; is die er nog niet, dan is het raadzaam de bestaande (ecodesign)regelgeving voor die groep als uitgangspunt te nemen totdat de nieuwe handeling van toepassing wordt. Leg bij elke gemeten of berekende waarde vast volgens welke methode die is bepaald, zodat die onderbouwing beschikbaar is wanneer daarom wordt gevraagd.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 39 (test-, meet- en berekeningsmethoden)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De meetmethode volgt uit de gedelegeerde handeling van uw productgroep
De ESPR zelf schrijft geen meetmethode voor. Artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt dat test-, meet- en berekeningsmethoden worden vastgelegd per productgroep, en verwijst daarbij naar geharmoniseerde normen of, als die er niet zijn, naar andere technische specificaties die de Commissie aanwijst. Dat betekent dat de vraag "volgens welke methode meet ik" pas een concreet antwoord krijgt zodra de gedelegeerde handeling voor de productgroep waar een product onder valt, is gepubliceerd. Voor een bedrijf met meerdere productgroepen in portfolio kan dat dus meerdere, verschillende antwoorden opleveren, en niet één uniforme rekenwijze voor het hele assortiment. Wat een gedelegeerde handeling precies is en waarom die het vertrekpunt is voor elke praktische verplichting, is de kern om hier goed te begrijpen.
De vereisten uit artikel 5 tot en met 7 bepalen wat er gemeten wordt
Artikel 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de ecologisch-ontwerpvereisten, en het onderscheid tussen prestatievereisten en informatievereisten. Prestatievereisten leggen een niveau vast waaraan een product moet voldoen (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, energieverbruik of hergebruik van materiaal), informatievereisten leggen vast welke gegevens bekend en beschikbaar moeten zijn. De meetmethode uit artikel 39 is het instrument waarmee die twee soorten vereisten worden ingevuld: zonder vastgestelde methode is een prestatie-eis moeilijk toetsbaar en een informatie-eis moeilijk eenduidig te documenteren. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat de vraag "wat moet ik meten" en "hoe moet ik het meten" niet los van elkaar te beantwoorden zijn — beide staan in dezelfde gedelegeerde handeling.
Vastgestelde normen gelden ook als ze niet als eerste keus zijn gekozen
Waar een geharmoniseerde norm bestaat en door de Commissie is aangewezen, ligt de te volgen methode daarin vast. Ontbreekt een geharmoniseerde norm, dan wijst de gedelegeerde handeling een andere technische specificatie aan. Voor de praktijk van een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers is relevant dat dit geen keuzevrijheid is: er wordt niet gekozen tussen "de norm" en "een eigen testprotocol", maar gevolgd wat is aangewezen. Een eigen laboratorium of externe testpartij kan de metingen uitvoeren, maar de methode zelf staat vast in de regelgeving voor die productgroep.
De uitkomst van de meting landt als gegeven in het paspoort
De meetresultaten voeden uiteindelijk de gegevens die in het paspoort komen: een energiewaarde, een percentage gerecycled materiaal, een levensduurindicatie. Welke gegevens dat precies zijn en hoe ze worden weergegeven, staat beschreven op de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van producten komen. De meetmethode bepaalt dus niet alleen of een product aan een eis voldoet, maar ook welk getal er straks voor kopers, toezichthouders en andere partijen in de keten zichtbaar wordt.
Waar het misgaat in de praktijk
Een methode uit een andere productgroep wordt overgenomen. Bij bedrijven met een breed assortiment ontstaat soms de aanname dat een meetmethode die voor product A is vastgesteld, ook voor product B in een andere productgroep bruikbaar is. Omdat elke gedelegeerde handeling zijn eigen methode aanwijst, is die aanname niet zonder meer houdbaar.
Er wordt gemeten voordat de gedelegeerde handeling er is. Sommige bedrijven willen tijdig voorbereid zijn en laten al metingen uitvoeren op basis van een concept-norm of een aanname over wat er komt. Als de definitieve gedelegeerde handeling afwijkt, moet die meting opnieuw, met de bijbehorende kosten en tijdverlies.
Een testrapport van een toeleverancier wordt zonder controle overgenomen. Een toeleverancier levert een testrapport aan, maar het is niet altijd duidelijk of de methode in dat rapport dezelfde is als de methode die de gedelegeerde handeling voor die productgroep aanwijst. Zonder die controle komt een gegeven het paspoort in dat bij een audit niet aansluit op de voorgeschreven methode.
De meting wordt uitgevoerd, maar niet gedocumenteerd hoe. Het cijfer wordt vastgelegd, maar niet welke norm, welke testopstelling of welke versie van een specificatie is gebruikt. Bij een latere vraag vanuit toezicht of vanuit een zakelijke relatie is dan niet meer te herleiden of de juiste methode is gevolgd.
Verschillende afdelingen of vestigingen meten op eigen initiatief anders. Bij bedrijven met meerdere productlijnen of vestigingen ontstaat soms een lappendeken aan testrapporten, waarbij niet elke afdeling dezelfde versie van de aangewezen methode heeft gebruikt.
Wat u kunt vastleggen
- Per productgroep: welke gedelegeerde handeling van toepassing is, en welke norm of technische specificatie daarin voor de meting is aangewezen.
- Het testrapport of berekeningsdocument zelf, met vermelding van de gebruikte norm, testopstelling en datum.
- Een overzicht van welke gegevens uit de meting doorstromen naar het paspoort, af te stemmen met de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort komen.
- Bij inkoop van testrapporten van toeleveranciers: een controle-afspraak of vastlegging dat de gebruikte methode overeenkomt met de aangewezen methode voor die productgroep.
- Een moment waarop metingen worden herzien, gekoppeld aan de vraag hoe vaak gegevens in het paspoort worden bijgewerkt, zoals beschreven op de pagina over hoe actueel de gegevens in het productpaspoort moeten zijn.
- Een verwijzing naar de gedelegeerde handeling zelf in het interne dossier, zodat bij een latere wijziging duidelijk is welke versie destijds is gevolgd — de achtergrond hiervan staat toegelicht op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat er moet gebeuren.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.