prodpas.eu

Geldt het digitaal productpaspoort voor mijn producten?

Het paspoort geldt per productgroep, niet automatisch voor alles

Op dit moment geldt het digitaal productpaspoort voor geen enkel product automatisch. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt wel een breed toepassingsgebied vast — verreweg de meeste fysieke producten die op de EU-markt worden gebracht of in gebruik worden gesteld vallen daar in beginsel onder — maar de daadwerkelijke verplichting om een paspoort te voeren, en wat daar precies in moet staan, wordt per productgroep apart geregeld. Dat gebeurt via een aanvullende regeling die de Europese Commissie voor die specifieke groep vaststelt. Zolang die regeling er voor een productgroep niet is, is er voor producten uit die groep ook geen paspoortplicht. Artikel 9 van de ESPR beschrijft wel al de algemene kenmerken waar een digitaal productpaspoort aan moet voldoen zodra het van toepassing wordt: het gaat om een uniek identificeerbaar paspoort per product of productmodel, gekoppeld aan een gegevensdrager, met informatie die voor verschillende partijen in de keten toegankelijk moet zijn.

Fysieke producten vallen onder de regel, een aantal categorieën expliciet niet

Het toepassingsgebied van de ESPR, zoals beschreven in artikel 1, richt zich op fysieke goederen die binnen de EU op de markt worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Diensten vallen er dus niet onder. Een aantal productcategorieën is daarnaast met naam uitgezonderd van de verordening als geheel, ongeacht welke productgroep-regeling er later komt. Het gaat onder meer om voedingsmiddelen en diervoeder, geneesmiddelen voor mens en dier, levende planten, dieren en micro-organismen, producten van menselijke oorsprong, en motorvoertuigen die al onder hun eigen typegoedkeuringskader vallen. Voor die categorieën gelden andere regels dan de ESPR, en dus ook geen digitaal productpaspoort op basis van deze verordening.

Voor alles wat niet op die uitzonderingslijst staat, geldt: het valt binnen het bereik van de verordening, maar dat is nog geen paspoortplicht op zich. Die plicht ontstaat pas op het moment dat de Commissie voor de betreffende productgroep — denk aan textiel, meubels, elektronica of batterijen — een eigen gedelegeerde handeling vaststelt. Die handeling bepaalt dan onder meer welke gegevens verplicht zijn, voor wie toegankelijk, en vanaf welk moment.

Nog geen vaste datum per productgroep in deze artikelen

Artikel 1 en artikel 9 van de ESPR geven het kader en de algemene eisen, maar geen ingangsdatum voor een specifieke productgroep. Die datum staat pas vast zodra de Commissie de gedelegeerde handeling voor die groep publiceert; de verordening zelf werkt met werkplannen waarin wordt aangegeven welke productgroepen prioriteit krijgen en wanneer een handeling wordt voorbereid. Tot het moment dat zo'n handeling er voor een productgroep is, geldt er voor producten uit die groep geen verplichting tot een digitaal productpaspoort op basis van de ESPR. Wie nu al binnen zo'n groep valt, heeft dus formeel nog geen verplichting, maar wel reden om de ontwikkeling van de regeling voor die groep te volgen, omdat de voorbereidingstijd voor een paspoort in de praktijk niet kort is.

Hoe dit in de praktijk uit te zoeken

De eerste stap is nagaan of het product een fysiek goed is dat op de EU-markt wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, en niet onder een van de met naam genoemde uitzonderingen valt zoals voedsel, geneesmiddelen, levende organismen of voertuigen met een eigen typegoedkeuring. Valt het product daarbuiten, dan is de ESPR sowieso niet het kader om naar te kijken.

Valt het product wel binnen het bereik van de verordening, dan is de volgende stap uitzoeken of er voor die specifieke productgroep al een gedelegeerde handeling is vastgesteld of in voorbereiding is. Dat gebeurt productgroep voor productgroep, dus het antwoord voor textiel zegt niets over meubels of elektronica. Is er nog geen handeling voor de eigen productgroep, dan is er nog geen paspoortplicht, maar kan het wel zinvol zijn te volgen wanneer die groep aan de beurt komt. Is er wel een handeling, dan bepaalt die welke gegevens verplicht worden, wie erbij moet kunnen, en vanaf wanneer — die handeling zelf, niet artikel 1 of 9, geeft dan de concrete inhoud.

Waar dit uit volgt: artikel 1 en artikel 9 van de ESPR

Het toepassingsgebied — welke producten wel en niet onder de verordening vallen — staat in artikel 1 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Wat een digitaal productpaspoort inhoudt zodra het voor een productgroep van toepassing wordt, staat in artikel 9 van diezelfde verordening. De concrete invulling per productgroep, inclusief het moment waarop de verplichting ingaat, volgt uit de afzonderlijke gedelegeerde handelingen die de Commissie op basis van deze verordening vaststelt.

Wie wil weten of een specifiek product binnen afzienbare tijd een paspoort nodig heeft, kan het beste nagaan of de eigen productgroep voorkomt in het werkplan van de Commissie voor gedelegeerde handelingen onder de ESPR, en die ontwikkeling blijven volgen tot er duidelijkheid is over de groep in kwestie.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening: artikel 1 zet neer dat de verordening geldt voor "producten" in het algemeen, maar de verordening zelf verplicht nog niet meteen tot een paspoort voor elk product dat op de markt komt. Dat gebeurt pas per productgroep, via een apart besluit. Voor de vraag "geldt het voor mijn producten?" zijn er daarom eigenlijk twee stappen te onderscheiden, en beide zijn relevant voor een bedrijf dat producten in meerdere categorieën voert.

Nagaan of uw product binnen het toepassingsgebied van de ESPR valt

Artikel 1 van de ESPR omschrijft het onderwerp en toepassingsgebied van de verordening: fysieke goederen die in de EU op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen, met een aantal uitzonderingen zoals voedsel, diervoeder en geneesmiddelen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat het waard is om per productlijn te bekijken of die onder een uitzondering valt of niet. Wie twijfelt over de precieze afbakening, vindt een uitgebreidere uitleg op welke producten van het midden- en kleinbedrijf vallen onder de ESPR. Deze stap alleen zegt nog niets over een verplicht paspoort — dat volgt uit de tweede stap.

Nagaan of er voor uw productgroep al een gedelegeerde handeling is vastgesteld

Artikel 9 van de ESPR bepaalt dat het digitaal productpaspoort verplicht wordt gesteld per productgroep, via gedelegeerde handelingen die de Europese Commissie voor elke groep afzonderlijk vaststelt. Dat betekent dat "de ESPR geldt voor mijn productcategorie" niet automatisch gelijk is aan "ik moet nu een paspoort maken". Voor een bedrijf met meerdere productlijnen is dit een onderscheid dat verwarring kan voorkomen: de ene lijn kan al onder een vastgestelde regeling vallen, terwijl een andere lijn nog wacht op een gedelegeerde handeling die er nog niet is. Meer over hoe die handelingen tot stand komen en waarom ze bepalend zijn, staat op wat is een gedelegeerde handeling en waarom bepaalt die wat ik moet doen. Wanneer welke productgroep aan de beurt is, en in welk tempo dat gaat, is te vinden op in welke volgorde krijgen productgroepen een verplicht paspoort.

De juiste productgroep(en) voor uw producten vaststellen

Voor een fabrikant of importeur met een breed assortiment is het vaststellen van de juiste productgroep zelf al een stap die aandacht vraagt. Sommige producten vallen zonder discussie in één categorie, andere bestaan uit onderdelen die elk een eigen paspoortregeling kunnen krijgen. Wie hier houvast zoekt, kan de indeling verkennen via onder welke productgroep valt mijn product. Voor producten die niet netjes in één hokje passen, bijvoorbeeg een toestel met een geïntegreerde batterij of elektronica, is het goed om te weten dat meerdere paspoortverplichtingen naast elkaar kunnen bestaan; dat is uitgewerkt op mijn product valt in meerdere productgroepen — wat betekent dat.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt in de praktijk van bedrijven met meerdere productlijnen steeds terug.

Een bedrijf gaat ervan uit dat omdat de ESPR "voor alle producten" geldt, er ook meteen een paspoort nodig is. De verordening zet het kader, maar de daadwerkelijke verplichting ontstaat pas per productgroep. Wie dit verschil niet scherp heeft, besteedt tijd aan een paspoort voor een productlijn die nog geen gedelegeerde handeling heeft, terwijl een andere lijn — waarvoor de verplichting wél al geldt — blijft liggen.

Een ander terugkerend punt is de veronderstelling dat kleinere bedrijven buiten schot blijven. Bedrijfsomvang is geen automatisch vrijstellingscriterium binnen de ESPR-systematiek; dat is nader te lezen op geldt het productpaspoort ook voor kleine bedrijven. Wie op basis van personeelsaantal concludeert dat de verplichting niet gaat gelden, kan voor een onaangename verrassing komen te staan zodra de productgroep wél wordt aangewezen.

Een derde situatie: een product bestaat uit een samenstel van onderdelen die elk een eigen regeling kennen. Het schoolvoorbeeld hiervan is een product met een batterij — de batterij valt onder een andere regeling dan het digitaal productpaspoort van de ESPR, en de twee paspoorten hebben een ander toepassingsgebied en andere gegevens. Het verschil daartussen wordt behandeld op wat is het verschil tussen het batterijpaspoort en het digitaal productpaspoort, en een concreet voorbeeld van een product met meerdere paspoortplichten staat op hoeveel productpaspoorten heeft een e-bike nodig. Bedrijven die dit onderscheid niet maken, lopen het risico één paspoort te maken waar er eigenlijk twee nodig zijn — of omgekeerd, dubbel werk te doen voor iets dat al gedekt is.

Een vierde punt is dat bedrijven soms wachten met voorbereiding tot de verplichting daadwerkelijk ingaat, en dan merken dat de gegevens die in het paspoort moeten komen niet zomaar uit de bestaande administratie te halen zijn. Welke gegevens dat precies zijn, verschilt per productgroep, maar een indruk van de aard van die gegevens staat op welke gegevens komen er in het paspoort van producten.

Een vijfde situatie is dat een bedrijf met meerdere merken of productlijnen de indeling per lijn niet centraal bijhoudt, waardoor bij een controle of klantvraag niet snel te reconstrueren is welke lijn onder welke regeling valt en sinds wanneer.

Wat u kunt vastleggen

Voor een bedrijf dat overzicht wil houden over meerdere productgroepen, is het praktisch om een aantal zaken schriftelijk vast te leggen, ook los van een eventuele wettelijke verplichting daartoe:

  • Een overzicht per productlijn van de productgroep waarin die valt, met de onderbouwing van die indeling.
  • Een notitie per productlijn of er al een gedelegeerde handeling voor die groep is vastgesteld, en zo niet, wanneer die verwacht wordt.
  • Een vastlegging van producten die in meerdere productgroepen vallen of uit onderdelen bestaan met een eigen paspoortregeling, zoals een geïntegreerde batterij.
  • Een lijst van de gegevens die per productgroep straks in het paspoort moeten komen, en waar die gegevens binnen de organisatie vandaan komen.
  • Afspraken over wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor het volgen van nieuwe gedelegeerde handelingen die relevant zijn voor het eigen assortiment.

Wie deze indeling nog niet scherp heeft, kan als vertrekpunt de basis nog eens doorlopen op wat is een digitaal productpaspoort voor producten en de bredere gevolgen voor de eigen sector bekijken via wat verandert de ESPR voor het midden- en kleinbedrijf.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.