prodpas.eu

Onder welke productgroep valt mijn product?

De ESPR wijst productgroepen apart aan

Onder welke productgroep een product valt, staat niet in de ESPR zelf, maar wordt per productgroep apart vastgesteld in een aparte gedelegeerde handeling. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een raamwerkverordening: hij beschrijft de definitie van een product (artikel 2) en de manier waarop de Europese Commissie kiest welke productgroepen als eerste aan de beurt zijn (artikel 18), maar bevat zelf geen lijst met productgroepen en bijbehorende eisen. Die eisen — en daarmee ook de precieze afbakening van de productgroep, met omschrijvingen, uitzonderingen en soms gekoppelde productcodes — komen telkens in een eigen gedelegeerde handeling per productgroep te staan. Zolang zo'n handeling er voor een bepaalde categorie producten nog niet is, bestaat er ook nog geen scherp afgebakende "productgroep" in de zin van het digitaal productpaspoort voor die categorie.

Voor welke producten en welke niet

Artikel 2 van de ESPR geeft de algemene definitie van "product": een fysiek goed dat in de handel wordt of is gebracht. Deze brede definitie geldt als uitgangspunt voor alle productgroepen die later worden aangewezen, maar zegt op zichzelf nog niets over de indeling in een specifieke groep. Die indeling wordt pas concreet zodra de Commissie, via het proces van artikel 18, een productgroep selecteert en daar een gedelegeerde handeling voor opstelt. Voor producten waarvoor nog geen gedelegeerde handeling bestaat, is er dus ook nog geen vastgestelde productgroep om onder te vallen — die producten wachten in feite op hun beurt binnen het werkplan dat de Commissie op basis van artikel 18 opstelt en periodiek herziet. Dat werkplan bepaalt welke productgroepen prioriteit krijgen, op basis van criteria zoals de milieu-impact van de groep en het verbeterpotentieel dat ermee samenhangt.

Nog geen vaste datum per productgroep

Er is geen alomvattende datum waarop "alle" productgroepen tegelijk zijn vastgesteld of waarop voor elk product duidelijk wordt onder welke groep het valt. Artikel 18 beschrijft het proces van prioritering en planning, waarbij de Commissie stapsgewijs productgroepen aanwijst en daar telkens een eigen gedelegeerde handeling voor opstelt. Dat betekent dat de datum waarop een specifieke productgroep concreet wordt — met eigen eisen, scope en informatieverplichtingen — per groep verschilt en afhangt van het tempo waarin die gedelegeerde handelingen tot stand komen. Tot het moment dat er voor een bepaalde productgroep een gedelegeerde handeling is vastgesteld, gelden er voor producten in die groep nog geen paspoortverplichtingen op basis van de ESPR. Wat wel vaststaat, is dát dit proces via een werkplan loopt en dat prioritering plaatsvindt op basis van de criteria uit artikel 18.

De productgroep in kaart brengen

Wie wil weten onder welke productgroep een product straks valt, begint met nagaan of er voor de sector waarin het product thuishoort al een gedelegeerde handeling is vastgesteld of in voorbereiding is — dat is terug te vinden in het werkplan dat de Commissie op basis van artikel 18 opstelt. Is die handeling er, dan staat daarin de scope-omschrijving: vaak een functionele beschrijving van het type product, soms aangevuld met codes of kenmerken die bepalen wat er wel en niet onder valt. Die omschrijving is leidend, niet de algemene productdefinitie uit artikel 2 — die laatste is slechts het startpunt om vast te stellen of iets überhaupt een "product" in de zin van de ESPR is. Is er nog geen gedelegeerde handeling voor de betreffende sector, dan is de volgende logische stap kijken of die sector wel al in het werkplan is opgenomen als aankomende prioriteit, en zo ja, in welke fase dat proces zich bevindt. Voor producten die in meerdere categorieën lijken te passen — bijvoorbeeld doordat een product uit meerdere onderdelen met verschillende functies bestaat — biedt de scope-tekst van de relevante gedelegeerde handeling meestal een aanknopingspunt via de hoofdfunctie van het product, al blijft de exacte uitleg daarvan afhankelijk van de tekst van die specifieke handeling.

De basis: artikel 18 en artikel 2

Deze indeling volgt rechtstreeks uit de opzet van de ESPR. Artikel 2 (Verordening (EU) 2024/1781) legt de algemene definitie van "product" vast, die als basis dient voor elke productgroep die later wordt aangewezen. Artikel 18 (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft het mechanisme van prioritering en planning waarmee de Commissie bepaalt welke productgroepen wanneer aan bod komen, en op basis van welke criteria die keuze wordt gemaakt. Samen laten deze twee artikelen zien dat de ESPR een kaderregeling is: de daadwerkelijke, productgroep-specifieke invulling — inclusief de precieze afbakening van wat wel en niet tot een groep behoort — volgt uit de gedelegeerde handelingen die op basis van dit kader worden vastgesteld.

Wat u nu kunt doen

Ga na of er voor de sector waarin het product valt al een gedelegeerde handeling bestaat of in het werkplan is opgenomen, en raadpleeg bij twijfel de officiële teksten van de ESPR en de bijbehorende gedelegeerde handelingen via EUR-Lex. Zodra voor een productgroep een gedelegeerde handeling van kracht wordt, kan prodpas.eu op basis daarvan het paspoort voor producten uit die groep samenstellen, hosten en van een QR-datadrager voorzien.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR zelf werkt niet met één lijst waarin precies staat "dit product hoort bij die productgroep". De verordening geeft een kader (definities, criteria, prioriteringsregels), en per productgroep wordt in een gedelegeerde handeling uitgewerkt wat er precies onder valt en welke eisen gelden. Voor een bedrijf betekent dit dat het bepalen van de eigen productgroep een kwestie van uitzoeken is, niet van simpelweg opzoeken in de wet.

De productdefinitie uit artikel 2 toepassen op het eigen assortiment

Artikel 2 van de ESPR definieert wat als "product" geldt binnen de verordening en met welke begrippen wordt gewerkt. Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat elk artikel uit het assortiment langs deze definitie gelegd moet worden: is dit een fysiek product dat in de EU op de markt wordt gebracht, of gaat het om een dienst, onderdeel, verpakking of iets anders dat buiten de kern van de definitie valt? Voor bedrijven die zelf onderdelen produceren die weer in een ander eindproduct verwerkt worden, is deze stap niet altijd vanzelfsprekend — een onderdeel kan zelf onder een productgroep vallen, terwijl het eindproduct onder een andere (of nog geen) groep valt.

Volgen welke productgroepen prioriteit krijgen

Artikel 18 beschrijft hoe de Commissie productgroepen prioriteert en inplant voor een gedelegeerde handeling. Dat is relevant, want niet elke productgroep krijgt tegelijk concrete eisen. Voor een bedrijf betekent dit dat het volgen van deze planning nodig is om te weten wanneer het eigen product concreet aan de beurt is. Een bedrijf dat elektronica, textiel én meubels verkoopt, heeft in de praktijk met verschillende tijdlijnen te maken, omdat elke productgroep zijn eigen gedelegeerde handeling en eigen moment van invoering heeft. Hoe die volgorde precies is opgebouwd, staat beschreven op de pagina over de volgorde waarin productgroepen aan de beurt komen.

Vaststellen of het eigen product überhaupt onder de ESPR valt

Voordat de vraag "welke productgroep" relevant wordt, is er de vraag of een product onder de ESPR valt. Niet elk fysiek product is automatisch in scope; de verordening richt zich op producten die op de EU-markt worden gebracht en waarvoor ecologische eisen zinvol en haalbaar zijn. Een bedrijf dat twijfelt of een specifiek artikel wel of niet meetelt, doet er goed aan dit per product te toetsen — de pagina geldt het productpaspoort voor mijn producten gaat dieper in op die toets.

Rekening houden met producten die in meerdere groepen thuishoren

Sommige producten hebben kenmerken van meerdere productgroepen tegelijk, of bestaan uit onderdelen die elk apart onder een groep vallen. Voor een bedrijf van deze omvang, dat vaak samengestelde producten maakt (elektronica met textiel, meubels met elektronische componenten), is dit een reëel scenario. Wat dat in de praktijk betekent voor de indeling en voor eventueel meerdere paspoorten per product, staat toegelicht op de pagina mijn product valt in meerdere groepen.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen steeds terug bij bedrijven die zich hierop voorbereiden.

De indeling wordt eenmalig gemaakt en daarna nooit meer bijgehouden. Een bedrijf bepaalt bij de eerste oriëntatie in welke productgroep het zit, maar volgt daarna niet meer of de gedelegeerde handeling voor die groep is gepubliceerd of gewijzigd. Omdat de concrete eisen per productgroep apart worden uitgewerkt, kan de inhoud van die eisen veranderen zonder dat het bedrijf dit opmerkt.

Onderdelen en eindproducten worden op één hoop gegooid. Een fabrikant van bijvoorbeeld een elektrisch apparaat met een accu behandelt het geheel als één productgroep, terwijl de accu mogelijk onder een ander regime valt (het batterijpaspoort werkt bijvoorbeeld met een eigen verordening naast de ESPR — zie het verschil tussen batterijpaspoort en digitaal productpaspoort). Dat leidt tot een onvolledig beeld van wat er daadwerkelijk voor het hele product nodig is.

Een nieuw productmodel wordt niet opnieuw getoetst. Bij een assortimentswijziging — een nieuwe variant, een ander materiaal, een toegevoegd elektronisch onderdeel — wordt de productgroep-indeling van het oude model automatisch doorgetrokken naar het nieuwe, zonder te checken of dat nog klopt.

Men wacht op "de wet" in plaats van op de gedelegeerde handeling. Omdat de ESPR een kaderverordening is, denken bedrijven soms dat de concrete verplichtingen rechtstreeks uit de ESPR-tekst volgen. In de praktijk is het de gedelegeerde handeling per productgroep die de daadwerkelijke eisen, data-elementen en data bevat. Wat een gedelegeerde handeling precies is en waarom die bepalend is, staat uitgelegd op de pagina wat is een gedelegeerde handeling.

Samengestelde producten (zoals een e-bike) worden als één simpel geval behandeld. Een e-bike bestaat uit een frame, een accu, elektronica en meer — onderdelen die elk in principe onder een andere productgroep of verordening kunnen vallen. Het voorbeeld van hoeveel paspoorten een e-bike nodig heeft laat zien hoe dit soort samengestelde producten meerdere lagen van indeling met zich meebrengt.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per productmodel: welke productgroep(en) van toepassing zijn, met de datum waarop deze indeling is bepaald en door wie.
  • Een verwijzing naar de specifieke gedelegeerde handeling (indien gepubliceerd) die bij de productgroep hoort, inclusief versie of publicatiedatum.
  • Een notitie over samengestelde producten: welke onderdelen apart beoordeeld zijn en welke conclusie daaruit volgt.
  • Een vast controlemoment bij assortimentswijzigingen, waarop opnieuw wordt getoetst of de productgroep-indeling nog klopt.
  • Een logboek van wijzigingen in de planning van de Commissie (artikel 18), zodat gevolgd kan worden wanneer een productgroep concreet aan de beurt komt.
  • Onderliggende argumentatie waarom een product wel of niet binnen de definitie van artikel 2 valt, voor het geval dit later getoetst moet worden.

Voor bedrijven die breder willen begrijpen wat deze indeling betekent voor de eigen bedrijfsvoering, geeft de pagina over wat de ESPR verandert voor het midden- en kleinbedrijf een overzicht van de samenhang tussen productgroep-indeling en de verplichtingen die daaruit volgen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.