Veel bedrijven die producten verkopen in meerdere EU-landen vragen zich af of het digitaal productpaspoort in Duitsland, Frankrijk of België anders werkt dan in Nederland. Het antwoord: de kern van de verplichting ligt vast in één Europese verordening, en die tekst geldt woordelijk in elke lidstaat op dezelfde manier. Wat wél kan verschillen, is wie er op toeziet, in welke taal u iets moet kunnen laten zien, en hoe een toezichthouder in de praktijk optreedt.
Dat onderscheid tussen één regel en verschillende uitvoering is de kern van dit artikel. Verkoopt u alleen in Nederland, dan maakt het weinig uit. Heeft u distributeurs in andere lidstaten, exporteert u, of koopt u producten in van buiten de EU, dan is het goed om te weten waar de verordening zelf spreekt en waar een land eigen invulling geeft.
Een verordening werkt anders dan een richtlijn
De regels voor het digitaal productpaspoort komen uit een verordening, geen richtlijn. Dat verschil is belangrijker dan het lijkt. Een richtlijn geeft een lidstaat de opdracht om een doel in eigen wetgeving te vertalen, en daarbij ontstaan verschillen: het ene land kiest een strengere formulering dan het andere. Een verordening werkt direct: de tekst is vanaf het moment dat ze van toepassing wordt, in elk EU-land bindend recht, zonder vertaalstap door de nationale wetgever. Voor het productpaspoort betekent dit dat de verplichtingen die in de verordening en de bijbehorende productspecifieke regels staan, niet per land opnieuw worden geschreven.
Wat in elk EU-land gelijk is
Omdat het om een verordening gaat, liggen een aantal zaken EU-breed vast. Welke gegevens een paspoort moet bevatten voor een bepaalde productgroep, wie in de keten verantwoordelijk is voor het aanmaken ervan, hoe lang de informatie beschikbaar moet blijven, en dat de toegang via een QR-code of vergelijkbare drager moet lopen: dat staat in de verordening zelf en in de delegated acts per productgroep, niet in nationale wetgeving. Een fabrikant die in meerdere landen verkoopt, hoeft de inhoud van het paspoort dus niet per land opnieuw te laten opstellen. In de kennisbank per onderwerp uitgezocht staat per productgroep terug te vinden welk deel van de verplichting rechtstreeks uit de Europese tekst komt.
Wat per land kan verschillen
Toezicht en handhaving
De verordening schrijft voor dat elke lidstaat een of meer markttoezichtautoriteiten aanwijst. Welke instantie dat precies is, verschilt per land en vaak ook per productgroep binnen dat land. In Nederland ligt het toezicht doorgaans bij een andere organisatie dan in bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk. Dat betekent dat een bedrijf dat in meerdere landen actief is, met meerdere toezichthouders te maken kan krijgen, elk met een eigen manier van werken en een eigen aanspreekpunt.
Taal
De verordening zelf zegt niet in welke taal alle informatie beschikbaar moet zijn. Nationale regels over consumentenbescherming en productinformatie kunnen wel eisen stellen aan de taal waarin gegevens toegankelijk zijn voor een consument in dat land. Verkoopt u een product in meerdere lidstaten, dan is het dus zinvol om per land te laten uitzoeken of er een taalvereiste geldt naast de EU-brede inhoudseisen.
Sancties en handhavingsstijl
De verordening laat de invulling van sancties aan de lidstaten over, binnen een door de EU bepaald kader. Daardoor kan de manier waarop een overtreding wordt opgepakt, en welke sanctie daarbij past, per land verschillen. Wat er in Nederland aan handhaving gebeurt, zegt dus niet automatisch iets over hoe een toezichthouder in een ander EU-land optreedt.
Wat dit betekent voor een bedrijf met meerdere landen
Voor een bedrijf met vestigingen, importeurs of distributeurs in meerdere lidstaten loont het om per land twee dingen apart te bekijken: wie daar als toezichthouder optreedt, en of er een taal- of vormvereiste bovenop de EU-inhoud komt. Dat is iets anders dan de vraag wie in de keten verantwoordelijk is voor het paspoort zelf — die rolverdeling tussen fabrikant, importeur en distributeur ligt namelijk wél EU-breed vast. Twijfelt u over de rolverdeling binnen uw eigen keten, dan is dat een vraag die per bedrijf verschilt en die u het best voorlegt aan een jurist of aan de toezichthouder in het betreffende land.
Zelf uitzoeken wat voor u geldt
Omdat de verschillen tussen landen vooral in de uitvoering zitten en niet in de kerninhoud van het paspoort, is het voor de meeste bedrijven vooral een kwestie van nagaan welke toezichthouder en welke taaleisen bij elk afzetland horen. In de veelgestelde vragen over het productpaspoort staat een aantal van deze verschillen per onderwerp uitgelegd, en in de uitleg over waar onze informatie vandaan komt ziet u dat elk antwoord herleidbaar is naar de officiële tekst op EUR-Lex, zodat u zelf kunt nagaan wat op EU-niveau vastligt en wat lokaal wordt ingevuld.
Wilt u weten waar uw eigen situatie staat, inclusief de landen waarin u actief bent? Doe de gratis quick-scan en zie in een paar vragen waar u staat, of blader door de onderwerpen in de kennisbank voor de details per productgroep.